30 november 2016 Dennis 't Hart

Innuendo

“While the sun hangs in the sky and the desert has sand. While the waves crash in the sea and meet the land. While there’s a wind and the stars and the rainbow.”

Om elf uur een afspraak in het UMC te Utrecht. Rens is fijn met mij meegegaan. Wij hebben op voorhand gehoord dat er overleg is geweest tussen mijn artsen en ik ben voornemens niets te laten doen zonder een goed nieuw plan of beleid.

Op de poli worden wij ontvangen en omdat ik herkend word, vraagt de gastvrouw meteen of ik een bed wil hebben. Renske mag met mij mee naar de uitlaapkamer. Even later komt dokter van Wijck en praat ons bij. Er is naast een gesprek met neurochirurg Amelink een groot overleg geweest binnen het UMC over mijn ‘kapotte hersenvlies’. Wij blijven proberen.

“Oh yes, we’ll keep on tryin’. Tread that fine line. Oh we’ll, keep on tryin’, yeah. Just passing our time.”

Er is gesproken over een soort katheter dat aangesloten wordt op mijn hersenvlies waarbij om de zoveel tijd bloed ingespoten kan worden. Echter het risico op een hersenvliesontsteking is te groot en dus niet aanvaardbaar.

Wel is geopperd om nogmaals twee bloodpatches aan te brengen en daarna vier uur op mijn buik te gaan liggen. Dit om een soort tegendruk te creëren. Ik vind het een goed idee en besluit nog één keer zo’n ingreep te laten uitvoeren. Van Wijck geeft nog aan dat hij hierna niets meer voor mij kan betekenen. Eerlijk en helder. En begrijpt mijn frustratie en emotie dat het maar niet wil lukken. Maar, nog één keer proberen. ‘Just passing our time’. Zoals Freddy Mercury (Queen) bezingt in ‘Innuendo’.

“Oh yes, we’ll keep on tryin’. Tread that fine line. Oh we’ll, keep on tryin’, yeah. Just passing our time.”

Ik ben geëmotioneerd en probeer mezelf nog één keer op te laden. Praat en knuffel met Rens en even later duwt Rens mij in bed naar de behandelkamer. Hoe vaak al werd ik door haar zo voortgeduwd.

“If there’s a God or any kind of justice under the sky. If there’s a point, if there’s a reason to live or die. If there’s an answer to the questions we feel bound to ask. Show yourself, destroy our fears, release your mask.”

Ik word aangesloten aan een monitor, mijn hartslag wordt gemeten en een infuus ingebracht in mijn linker elleboog. Een serieus gesprek en een grapje. Want op de vraag, waarvoor ik hier lig, antwoord ik, dat ik een ingegroeide teennagel heb. Ik moet gaan zitten, mijn rug wordt ontsmet. Ik krijg een injectie om de huid te verdoven en door mijn infuus gaan stoffen om niet misselijker te worden. Een verpleegkundige zit naast mij en praat. Van Wijck staat achter mij en met een bolle rug en mijn hoofd op mijn borst brengt hij rustig en vakkundig de holle naald in, ik moet aangeven waar ik ‘m voel en vooral stilzitten. Na een tijdje zit de holle naald in de epidurale ruimte en wordt er 20cc bloed uit mijn arm gehaald. En meteen begint de arts dit langzaam in te spuiten in m’n rug. Het is niet te beschrijven hoeveel pijn dat doet. Ik schreeuw en roep dat er nu gestopt moet worden. Van Wijck stopt en geeft aan dat er 14cc ingespoten is, maar dat hij echt voor de 20cc wil en moet gaan. Hij komt voor me staan en praat mij moed in. Ik mag zo hard vloeken als ik wil. Maar ‘we’ gaan ervoor.

Ik breek even, maar de verdwenen hoofdpijn maakt veel goed. De druk in mijn hersenen stabiliseert heel snel. En snel daarna verdwijnt de helse pijn in m’n onderrug. De 20cc zit erin. Als ik daarna aangeef dat we verder kunnen, moet ik op mijn buik gaan liggen om dezelfde procedure te herhalen, maar dan via mijn heiligbeen.

“Oh yes, we’ll keep on trying. Hey tread that fine line. Yeah, we’ll keep on smiling, yeah. And whatever will be, will be.”

Ik merk dat ik niet veel adrenaline meer heb, mijn hartslag gaat iets omlaag en ik word zieker nu ik op mijn buik lig. Weer krijg ik iets door het infuus en onderga de tweede fase. Op de één of andere manier kan ik die pijnscheuten door mijn stuit beter hebben en probeer met goede ademhaling die inspuiting te ontvangen. Daarna word ik door de vier verpleegkundigen weer in mijn bed gelegd, op mijn buik. Vier uur moet ik zo gaan liggen.

“You can be anything you want to be. Just turn yourself into anything you think that you could ever be. Be free with your tempo, be free, be free. Surrender your ego, be free, be free to yourself.”

Ik kom weer terug op de uitslaapkamer en al vrij snel komt Renske weer bij mij. Ik ben kapot, verdrietig en op. Ik zeg tegen Rens, dat ik dit nu echt nooit meer doe. Ik kan dat niet meer hebben. Het bereikt mijn pijngrens en gaat er zelfs flink aan voorbij.

Renske gaat naar huis, naar onze kinderen. Zij hebben haar nu nodig en ik moet mezelf terugvinden en bijkomen van de pijn. Evi gaat haar eerste zwemles krijgen, Liz heeft zwarte pietenhockey en Sam moet naar voetbaltraining.

“Yeah, we’ll keep on smiling, yeah. And whatever will be, will be.”

Het leven gaat weer verder en de lach komt terug op mijn gezicht. De verpleegsters zijn aardig. Een ijsje en koffie met een rietje. Een broodje kaas en een broodje ham later begin ik weer iets van mezelf terug te vinden. Ik heb weer ‘iets’ geprobeerd en moet weer afwachten hoe ik na het weekend zal zijn.

“We’ll just keep on trying. We’ll just keep on trying. Till the end of time. Till the end of time. Till the end of time…….”

Comment (1)

  1. Marjolein

    Hai Dennis, Ok dacht he! Innuendo en kom bij je verhaal. Werderom weet ik niets te zeggen. Waarom moeten jullie dit toch doorstaan. Het is zo oneerlijk!!!!!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Simple Share Buttons