22 maart 2017 Dennis 't Hart

Ik adem door mijn ogen

Ik luister Spinvis op m’n koptelefoon en de teksten komen stuk voor stuk hard binnen. Het ene liedje is nog mooier dan het andere. En wat kan ik door de woorden van Eric de Jong dicht bij mijn gevoel komen…

“Ik wandel op de bodem. Ik zwaai naar alle vissen. Ik praat in grote bellen. Ik adem door mijn ogen.”

Wat een dag, en vooral wat een einde van de dag. En het begon nog wel zo aardig. Voordat de kids naar school gaan, komen ze nog even snel een dikke knuffel brengen, en niet onbelangrijk, een beker koffie. Zo ook vanmorgen. De zon scheen door de luxaflex en de mooie kleding, de lieve kusjes en knuffels, brachten een glimlach op mijn gezicht.

Rens bracht de kids naar school en nadat ik een paar slokken koffie dronk, ging ik nog even verder slapen. Al ging ik rond elf uur slapen, gisteravond; ik heb toch wel zo’n 11 uur slaap per nacht nodig momenteel.

“Ik ben mijn naam vergeten. Het was iets met twee puntjes. Ik wandel op de bodem. Ik adem door mijn ogen.”

Eind van de ochtend opgestaan en even beneden een bakkie koffie gedronken. Renske werkte thuis en zat achter de laptop. Maartje kwam even iets uitprinten.

Na de lunch, nog even anderhalf uur op bed geslapen en om half drie kwam Fleur met de meiden uit school, een vriendinnetje van Evi was ook meegekomen.

“Adem in. Adem uit. Adem in…”

Sam ging voetballen met twee vriendjes en de loodgieter deed enige werkzaamheden in de badkamer en toilet. Zelf lag ik beneden op mijn bed en kletste gezellig met Liz. Aan de loodgieter vroeg ik nog of hij ook een lekkage in het hersenvlies kon repareren.

Half vijf weer naar bed gegaan om even uit te rusten voor het avondeten, want dat is wat ik altijd wil. Samen met m’n gezin avondeten. Alleen…. Alleen ik voelde het in bed al opkomen. Dat voelde niet goed. De onderdruk die er altijd is, in mijn hersenen nam sterk toe. Maar waarom? Geen ene fucking moer gedaan vandaag en dan zou ik niet even kunnen eten aan tafel. Ik werd er emotioneel en boos van.

“Adem in. Adem uit. Adem in…”

Ik zat even aan tafel, maar elk geluid, een lach van Evi, een vork van Sam of een verschuiving van de stoel van Liz. Allemaal veel te heftig voor mij, ik trok het niet. Ik moest weg en snel ook naar bed…

“Ik wandel op de bodem. Ik adem door mijn ogen.”

Daar lag ik, alleen op bed en beneden startte de avondmaal. Ik moest toch wat eten en Rens bracht een bordje. En even was ik weer alleen in een ziekenhuiskamer. Alleen met een bord avondeten en de stilte om me heen.

Ik wilde eigenlijk dat bord wel door mijn slaapkamer smijten, het bestek door het raam. Maar wat zou het. Het weggaan van de tafel, waar iedereen mijn pijn zag, was al meer dan heftig genoeg voor Sam, liz en Evi.

Ik at het heerlijke maaltje op en met oordoppen in, de lichten uit en diep onder de dekens maar weer gezocht naar stabilisering van m’n hersenen en het vocht wat daar moet zijn.

“De kwallen en de oesters. Ze lachen om mijn grappen. Ik slaap tussen de haaien. En poets heel goed mijn tanden.”

Wat medicijnen om de rust te vinden en een beetje bijkomen van de pijn. Dat is weer even achter de rug en nu ben ik beneden. En heb ik alleen nog maar de ‘normale’ pijn in mijn hoofd en lichaam. Een vermoeid lichaam en ook een vermoeide geest. Wat hakken zulke momenten er telkens weer in.

“Adem in. Adem uit. Adem in. Adem uit.”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Simple Share Buttons